Het begint wanneer je je ogen opent. Plotseling word je je bewust van wie je bent en waar je bent - en alle zorgen die je hebt, alle verwachtingen waaraan je moet voldoen.
Je staat op en kijkt op de telefoon. Je denkt, "waarom is iedereen toch zo vrolijk in de ochtend?" en je stapt uit bed.
Je kijkt in de spiegel. Er is weer een pukkel bij gekomen, de ene tiet hangt slapper dan de ander en je buik puilt uit over je pyjamabroekje. Je zoekt in de kast naar kleren - kleren die een keer niet al je imperfecties accentueren of te strak om je lijf zitten. Kleren die een keer perfect zijn.
Het duurt uiteindelijk te lang en je kiest maar voor een geel shirtje en blauw broekje die je twee dagen geleden ook al aangehad hebt. Binnen de kortste keren ben je alweer op school. Je praat met je vrienden. Je lacht. Je geniet.
Je vergeet alles, want daar komt de scheikundedocent met tien miljoen huiswerkopgaven; de Nederlands docente met haar oersaaie verhalen over poëzie; je wil je hoofd inslaan met een boek wanneer je al die intimiderende formules op het krijtbord ziet staan.
Maar toch: je hebt weer vaart in je leven. Al die toetsen, PO's, verjaardagsfeesten; de tandartsafspraken, de naschoolse activiteiten, de huiswerkoverhoringen; de stress wanneer je bijna te laat bent bij de les; de woede wanneer je onterecht moet nablijven. Er gaat geen dag voorbij waarop geen zak gebeurt en weet je, dat is wat het zo leuk maakt.
Want daar praat je dan weer over met je vrienden. Je klaagt of je lacht erom. Je scheldt en schopt, wanneer die heikneuter van een Daniël lacht om je leed (ook al lach je zelf even hard mee) of die trut van een Emma je koppelt aan de zoveelste jongen - of meisje, want gay zijn is helemaal oké.
Er gebeuren leuke dingen. Er gebeuren slechte dingen. Maar ze gebeuren op school en niet thuis op de bank.
Thursday, August 23, 2018
Wednesday, August 15, 2018
Netflix Apocalyps
Het begon als een onschuldig onderzoek, maar eindigde in een nationale ramp: psychologen J.A. Wel en H.E.T.I.S Echtzo hadden nooit kunnen voorzien dat hun onderzoek naar de invloed van Netflix op het brein van tieners moordenaars en slachtoffers kon maken.
In februari begonnen Wel en Echtzo hun experiment, waaraan alle jongeren in het land meededen. De bedoeling was dat deze jongeren een week lang 24 uur per dag (de tijd die de gemiddelde Netflixer aan Netflix besteed) zouden 'netflixen', oftewel de hele dag series zouden kijken, en na die week zou het brein onderzocht worden aan de hand van testjes.
Het ging echter mis na de tweede dag in de testweek: duizenden berichten van boze en bezorgde ouders stroomden hun mailbox binnen over het vreemde gedrag dat hun kinderen begonnen te vertonen:
"Ik opende net de deur van haar kamer," meldde een angstige moeder, "en ze was bezig van die cassettebandjes op te nemen, zoals in die serie."
"Mijn zoon kwam naar me toe en vroeg me of ik hem in zijn gezicht kon slaan, zodat hij dun kon worden na zijn operatie en hij wraak kon nemen op iedereen die hem dik had genoemd."
"Mijn dochter heeft net geprobeerd een drugshandel te starten zodat ze in de gevangenis terecht zou komen en daar nieuwe vrienden kon maken."
Het was de onderzoekers duidelijk dat de jongeren de series begonnen te imiteren, maar ze waren niet in staat iets te doen aan de klachten.
Al vrij snel viel het eerste slachtoffer: Bib S. postte dertien video's op YouTube en stuurde de links naar dertien verschillende mensen. Twee dagen na haar dood ontvingen de dertien kinderen hun brief en na het zien van de video's kwamen er nog dertien doden bij.
De eerste moordenaar was de eerder genoemde zoon: Dick B. stak zijn school in brand, waar hij eerst twintig kinderen in had opgesloten die hem voorheen gepest hadden. "Ik was eerst superdik en dus werd ik gepest. Na het ongeluk besloot ik wraak te nemen," vertelde hij Het Journaal.
Het dodental steeg en al snel was er een sterke afname in de bevolkingsdichtheid. Verscheidene bedrijven en restaurantketens kampen met geldproblemen: hun beste consument is verdwenen.
Wel en Echtzo zijn een schadevergoeding opgelegd van 2 miljoen euro en verder zoekt de regering naar oplossingen om het gat dat er nu is op te vullen. Anti-condoomcampagnes en Seksfesten worden gehouden om dat voor elkaar te krijgen. Ook steunt de regering het Naveltop-beleid: ouders worden gestimuleerd om hun jonge kinderen eerder los te laten door ze veel uitdagender te laten kleden en ze naar meer nachtclubs en andere feestjes te laten gaan. De kans op verkrachting - en nieuwe kinderen - wordt zo vergroot en de tiener keert weer terug.
Als je dit bericht hebt gelezen, ben je een van de dertien mensen die bij Disney is gebleven. Of een moordenaar. Of je zoekt kaartjes voor Seksfest.
In februari begonnen Wel en Echtzo hun experiment, waaraan alle jongeren in het land meededen. De bedoeling was dat deze jongeren een week lang 24 uur per dag (de tijd die de gemiddelde Netflixer aan Netflix besteed) zouden 'netflixen', oftewel de hele dag series zouden kijken, en na die week zou het brein onderzocht worden aan de hand van testjes.
Het ging echter mis na de tweede dag in de testweek: duizenden berichten van boze en bezorgde ouders stroomden hun mailbox binnen over het vreemde gedrag dat hun kinderen begonnen te vertonen:
"Ik opende net de deur van haar kamer," meldde een angstige moeder, "en ze was bezig van die cassettebandjes op te nemen, zoals in die serie."
"Mijn zoon kwam naar me toe en vroeg me of ik hem in zijn gezicht kon slaan, zodat hij dun kon worden na zijn operatie en hij wraak kon nemen op iedereen die hem dik had genoemd."
"Mijn dochter heeft net geprobeerd een drugshandel te starten zodat ze in de gevangenis terecht zou komen en daar nieuwe vrienden kon maken."
Het was de onderzoekers duidelijk dat de jongeren de series begonnen te imiteren, maar ze waren niet in staat iets te doen aan de klachten.
Al vrij snel viel het eerste slachtoffer: Bib S. postte dertien video's op YouTube en stuurde de links naar dertien verschillende mensen. Twee dagen na haar dood ontvingen de dertien kinderen hun brief en na het zien van de video's kwamen er nog dertien doden bij.
De eerste moordenaar was de eerder genoemde zoon: Dick B. stak zijn school in brand, waar hij eerst twintig kinderen in had opgesloten die hem voorheen gepest hadden. "Ik was eerst superdik en dus werd ik gepest. Na het ongeluk besloot ik wraak te nemen," vertelde hij Het Journaal.
Het dodental steeg en al snel was er een sterke afname in de bevolkingsdichtheid. Verscheidene bedrijven en restaurantketens kampen met geldproblemen: hun beste consument is verdwenen.
Wel en Echtzo zijn een schadevergoeding opgelegd van 2 miljoen euro en verder zoekt de regering naar oplossingen om het gat dat er nu is op te vullen. Anti-condoomcampagnes en Seksfesten worden gehouden om dat voor elkaar te krijgen. Ook steunt de regering het Naveltop-beleid: ouders worden gestimuleerd om hun jonge kinderen eerder los te laten door ze veel uitdagender te laten kleden en ze naar meer nachtclubs en andere feestjes te laten gaan. De kans op verkrachting - en nieuwe kinderen - wordt zo vergroot en de tiener keert weer terug.
Als je dit bericht hebt gelezen, ben je een van de dertien mensen die bij Disney is gebleven. Of een moordenaar. Of je zoekt kaartjes voor Seksfest.
***
Wednesday, August 8, 2018
Vergelijkingen
Ik staar naar het bord, terwijl mijn wiskundedocent met zijn krijtje de x'jes en y'tjes van de volgende som op het bord zet. Vandaag krijgen we uitleg over de abc-formule, een heel makkelijke regel. Ik snap dan ook niet dat mijn docent het alweer uitlegt. Het is gewoon heel erg logisch.
Eigenlijk is elke regel in de wiskunde logisch. Daarom ben ik er ook zo goed in. Er zijn maar een paar regels die je hoeft te kennen en dan kun je elke vergelijking oplossen! Het is een eenrichtingsweg, zo'n vergelijking. Geen 'interpretatie' of 'mening' die de vergelijking tot iets anders kan maken of ervoor kan zorgen dat er meer oplossingen mogelijk zijn dan wiskundig te bepalen valt.
Wanneer ik dan bij Nederlands zit en mijn Nederlands docente over een gedicht van een of andere dichter begint, frons ik mijn wenkbrauwen. Een of andere boom werd vergeleken met een oude, wijze man die in zijn leven de wereld heeft zien ontwikkelen. Een bos zou dan een heleboel van die oude mannen zijn, de oude generatie en "een verloren tijd, verloren glorie". En dan eindigt het gedicht met een zandvlakte. "Zo zie je dus," zegt mijn docente dan, "hoe de dichter in de laatste jaren van zijn leven naar de wereld kijkt en welke toekomst hij voor deze voorspelt." Het enige wat ik zie, is een bos dat in een zandvlakte verandert. Punt. Tussen de regels lezen, nadenken, zegt mijn docente altijd, zoek naar de achterliggende boodschap. Waarom schrijft die dichter niet gewoon wat hij bedoelt? Hoe moet ik nou weten dat hij het in zijn laatste levensjaren schreef? Wat vind hij dan van de wereld, dat staat toch nergens?
Ik raak altijd zo gefrustreerd van Nederlands.
Ik hoor mijn naam geroepen worden en hoewel ik probeer mijn frustratie voor mij te houden, reageer ik toch geïrriteerd. Mijn docente trekt haar wenkbrauwen op en iedereen in de klas staart me verbaasd aan. Ik bijt op mijn lip en kijk weg.
"Na de les kom je even naar me toe."
Ik knik.
Ik zit een half uur later aan haar bureau. "Nou, Joris," begint ze, "wat was er aan de hand? Waarom reageerde je zo boos?" Ik durf haar niet helemaal aan te kijken. "Dat was niet de bedoeling," mompel ik, "het spijt me." "Excuses aanvaard," zegt ze, maar ik vanuit mijn ooghoeken zien dat ze me nog steeds aankijkt, "maar je hebt nog steeds niet mijn vraag beantwoord."
"Nou, ik...Ik snap er gewoon niks van."
"Waarom zei je dat dan niet gewoon?"
"Omdat ik het nooit snap. Al die vage, dubbelzinnige teksten zijn zo raar - ik weet niet wat ik ermee moet."
Mijn Nederlands docente leunt achterover in haar stoel. "En dan te bedenken dat poëzie in klas 3 nog voor zich spreekt..."
Ik kan wel janken: als dit allemaal voor zich zou moeten spreken, wat kan ik dan verwachten in klas 4?
"En het zijn dan vooral die rare vergelijkingen," ga ik verder, "ik bedoel die man en die boom bijvoorbeeld: hoe kun je dat afleiden uit zo'n kort stukje tekst? De enige vergelijkingen die ik op kan lossen zijn y = ax + b of de abc-vergelijkingen. Ik ben trouwens ook al stiekem begonnen aan de derde-graadsvergelijkingen, die moeilijk zijn, maar niet zo moeilijk als dit."
"Hm...," mijn docente zet haar kenmerkende denk-blik op en wrijft over haar kin. "Alleen wiskundige vergelijkingen dus..."
"Jup," zeg ik.
Ze knipt plotseling in haar vingers. "Maar natuurlijk!"
Ze springt uit haar bureaustoel en zoekt naar iets op haar bureau. Ze vindt een rode stift en schrijft daarmee het volgende op het bord: "Wiskunde is een taal."
Ik kijk haar vragend aan. Wiskunde? Een taal? Die gelijkenis zie ik niet - hoe moet dit nou helpen? "Ik snap het niet, mevrouw."
"Joris," zegt ze, "dit," ze wijst naar het bord, "is een vergelijking die je voor morgen opgelost moet hebben." En daarna moet ik het klaslokaal uit.
Als ik thuis dan aan mijn bureau zit, ga ik eerst bezig met wiskunde huiswerk. Normaal heb ik het zo af, maar vandaag werkt mijn hoofd niet mee. Het is nog steeds bezig een oplossing voor die rare vergelijking van mijn Nederlands docente. Het is wel beetje een taal. Ik bedoel, allebei hebben vergelijkingen, allebei gebruiken woorden, allebei hebben een aantal regels waar je je aan moet houden (in taal zijn daarop wel veel uitzonderingen). Maar daar houdt het ook wel op.
Wiskunde kun je niet leren als taal. Voor wiskunde moet je sommetjes maken en een paar regels leren. Voor taal moet je woordjes stampen, grammatica kennen, beeldspraak, stijlfiguren en dingen op meerdere manieren begrijpen: en de regeltjes lijken soms zó op elkaar dat er altijd wel meerdere oplossingen mogelijk zijn. En dat vind ik vervelend, want dat maakt taal zo vaag.
Oké, denk ik dan, stel ik tackle zo'n vers als een wiskunde-som. Dan zal ik mijn docente kunnen laten zien dat taal en wiskunde totaal niet hetzelfde zijn.
Vier dagen in de winter zijn vijf dagen in de zomer
"Nou, dit is natuurlijk de vergelijking voor een lijn," grapte ik in mezelf, "en dan is y overduidelijk die vier dagen en x is vijf dagen, waarbij er nog een helling a is van 4/5. Dat betekent dus dat de dagen in de winter 4/5 keer zo kort zijn als in de zomer."
En dat is ook zo. Ik lach: dat lukte toevallig wel met wiskunde, maar de volgende zeker niet.
J.C. Bloem: Verlate dan de ziel haar vleeschelijke woning.
"De vleeschelijke woning is a*x, waarbij de helling a het woord 'vleeschelijke' is en x de woning. Uit die woning gaat de ziel, die moeten we dan aftrekken van a*x. y = a*x - b. Wat is y dan? De vleeschelijke woning min de ziel - oh! Het lichaam min de ziel natuurlijk - y = doodgaan!"
Ik probeer het bij een aantal andere gedichten en ik begin steeds meer de wiskunde van taal in te zien! Soms moet je de context van de som nog eens goed lezen om hem op te lossen (waarom is het gedicht geschreven? Wie is de schrijver?) en moet je weer eens terug om een paar regels te bestuderen (stijlfiguren bijvoorbeeld). Het is nog steeds heel anders dan wiskunde en ik kan niet overal de vergelijking voor een raaklijn gebruiken, maar toch: als ik taal als wiskunde behandel, zie ik toch meer dingen!
De volgende dag laat ik mijn Nederlands docente mijn werk zien.
Ze kijkt een beetje moeilijk. "Ik begrijp niet helemaal wat je gedaan hebt, maar aan die blik in je ogen te zien heb je er wel veel lol aan beleeft!"
"Jazeker, mevrouw! Taal is gewoon logisch!"
Eigenlijk is elke regel in de wiskunde logisch. Daarom ben ik er ook zo goed in. Er zijn maar een paar regels die je hoeft te kennen en dan kun je elke vergelijking oplossen! Het is een eenrichtingsweg, zo'n vergelijking. Geen 'interpretatie' of 'mening' die de vergelijking tot iets anders kan maken of ervoor kan zorgen dat er meer oplossingen mogelijk zijn dan wiskundig te bepalen valt.
Wanneer ik dan bij Nederlands zit en mijn Nederlands docente over een gedicht van een of andere dichter begint, frons ik mijn wenkbrauwen. Een of andere boom werd vergeleken met een oude, wijze man die in zijn leven de wereld heeft zien ontwikkelen. Een bos zou dan een heleboel van die oude mannen zijn, de oude generatie en "een verloren tijd, verloren glorie". En dan eindigt het gedicht met een zandvlakte. "Zo zie je dus," zegt mijn docente dan, "hoe de dichter in de laatste jaren van zijn leven naar de wereld kijkt en welke toekomst hij voor deze voorspelt." Het enige wat ik zie, is een bos dat in een zandvlakte verandert. Punt. Tussen de regels lezen, nadenken, zegt mijn docente altijd, zoek naar de achterliggende boodschap. Waarom schrijft die dichter niet gewoon wat hij bedoelt? Hoe moet ik nou weten dat hij het in zijn laatste levensjaren schreef? Wat vind hij dan van de wereld, dat staat toch nergens?
Ik raak altijd zo gefrustreerd van Nederlands.
Ik hoor mijn naam geroepen worden en hoewel ik probeer mijn frustratie voor mij te houden, reageer ik toch geïrriteerd. Mijn docente trekt haar wenkbrauwen op en iedereen in de klas staart me verbaasd aan. Ik bijt op mijn lip en kijk weg.
"Na de les kom je even naar me toe."
Ik knik.
Ik zit een half uur later aan haar bureau. "Nou, Joris," begint ze, "wat was er aan de hand? Waarom reageerde je zo boos?" Ik durf haar niet helemaal aan te kijken. "Dat was niet de bedoeling," mompel ik, "het spijt me." "Excuses aanvaard," zegt ze, maar ik vanuit mijn ooghoeken zien dat ze me nog steeds aankijkt, "maar je hebt nog steeds niet mijn vraag beantwoord."
"Nou, ik...Ik snap er gewoon niks van."
"Waarom zei je dat dan niet gewoon?"
"Omdat ik het nooit snap. Al die vage, dubbelzinnige teksten zijn zo raar - ik weet niet wat ik ermee moet."
Mijn Nederlands docente leunt achterover in haar stoel. "En dan te bedenken dat poëzie in klas 3 nog voor zich spreekt..."
Ik kan wel janken: als dit allemaal voor zich zou moeten spreken, wat kan ik dan verwachten in klas 4?
"En het zijn dan vooral die rare vergelijkingen," ga ik verder, "ik bedoel die man en die boom bijvoorbeeld: hoe kun je dat afleiden uit zo'n kort stukje tekst? De enige vergelijkingen die ik op kan lossen zijn y = ax + b of de abc-vergelijkingen. Ik ben trouwens ook al stiekem begonnen aan de derde-graadsvergelijkingen, die moeilijk zijn, maar niet zo moeilijk als dit."
"Hm...," mijn docente zet haar kenmerkende denk-blik op en wrijft over haar kin. "Alleen wiskundige vergelijkingen dus..."
"Jup," zeg ik.
Ze knipt plotseling in haar vingers. "Maar natuurlijk!"
Ze springt uit haar bureaustoel en zoekt naar iets op haar bureau. Ze vindt een rode stift en schrijft daarmee het volgende op het bord: "Wiskunde is een taal."
Ik kijk haar vragend aan. Wiskunde? Een taal? Die gelijkenis zie ik niet - hoe moet dit nou helpen? "Ik snap het niet, mevrouw."
"Joris," zegt ze, "dit," ze wijst naar het bord, "is een vergelijking die je voor morgen opgelost moet hebben." En daarna moet ik het klaslokaal uit.
Als ik thuis dan aan mijn bureau zit, ga ik eerst bezig met wiskunde huiswerk. Normaal heb ik het zo af, maar vandaag werkt mijn hoofd niet mee. Het is nog steeds bezig een oplossing voor die rare vergelijking van mijn Nederlands docente. Het is wel beetje een taal. Ik bedoel, allebei hebben vergelijkingen, allebei gebruiken woorden, allebei hebben een aantal regels waar je je aan moet houden (in taal zijn daarop wel veel uitzonderingen). Maar daar houdt het ook wel op.
Wiskunde kun je niet leren als taal. Voor wiskunde moet je sommetjes maken en een paar regels leren. Voor taal moet je woordjes stampen, grammatica kennen, beeldspraak, stijlfiguren en dingen op meerdere manieren begrijpen: en de regeltjes lijken soms zó op elkaar dat er altijd wel meerdere oplossingen mogelijk zijn. En dat vind ik vervelend, want dat maakt taal zo vaag.
Oké, denk ik dan, stel ik tackle zo'n vers als een wiskunde-som. Dan zal ik mijn docente kunnen laten zien dat taal en wiskunde totaal niet hetzelfde zijn.
Vier dagen in de winter zijn vijf dagen in de zomer
"Nou, dit is natuurlijk de vergelijking voor een lijn," grapte ik in mezelf, "en dan is y overduidelijk die vier dagen en x is vijf dagen, waarbij er nog een helling a is van 4/5. Dat betekent dus dat de dagen in de winter 4/5 keer zo kort zijn als in de zomer."
En dat is ook zo. Ik lach: dat lukte toevallig wel met wiskunde, maar de volgende zeker niet.
J.C. Bloem: Verlate dan de ziel haar vleeschelijke woning.
"De vleeschelijke woning is a*x, waarbij de helling a het woord 'vleeschelijke' is en x de woning. Uit die woning gaat de ziel, die moeten we dan aftrekken van a*x. y = a*x - b. Wat is y dan? De vleeschelijke woning min de ziel - oh! Het lichaam min de ziel natuurlijk - y = doodgaan!"
Ik probeer het bij een aantal andere gedichten en ik begin steeds meer de wiskunde van taal in te zien! Soms moet je de context van de som nog eens goed lezen om hem op te lossen (waarom is het gedicht geschreven? Wie is de schrijver?) en moet je weer eens terug om een paar regels te bestuderen (stijlfiguren bijvoorbeeld). Het is nog steeds heel anders dan wiskunde en ik kan niet overal de vergelijking voor een raaklijn gebruiken, maar toch: als ik taal als wiskunde behandel, zie ik toch meer dingen!
De volgende dag laat ik mijn Nederlands docente mijn werk zien.
Ze kijkt een beetje moeilijk. "Ik begrijp niet helemaal wat je gedaan hebt, maar aan die blik in je ogen te zien heb je er wel veel lol aan beleeft!"
"Jazeker, mevrouw! Taal is gewoon logisch!"
***
Wednesday, August 1, 2018
Pak op, dat zwaard!
Hij was jong en getalenteerd - de beste zwaardmeester van het land. Niet bepaald bescheiden, maar ook niet overmoedig. Hij wist simpelweg dat hij het kon en dat zou hij niet ontkennen.
Op een dag, echter, kwam hij een formidabele tegenstander tegemoet. Een lange man met gitzwart haar daagde hem uit voor een duel. "Zonsondergang, de Oude Toren."
De jonge zwaardmeester ontmoette hem daar. Hij was gespannen, maar hij had vertrouwen in zichzelf. Hij liet zich niet intimideren door die veel te brede grijns en die nonchalante houding.
Het gevecht begon.
De zwaardmeester vloog op hem af, maar zijn aanval werd met gemak geblokkeerd. Nog een uithaal, nu naar zijn zij - de man stapte opzij.
Een schijnbeweging en dan recht op hem af: zijn zwaard werd opnieuw geblokkeerd en de lange man drukte hem tegen de grond met zijn zwaard. De jonge zwaardmeester viel bijna op zijn knieën, zijn armen trilden van de inspanning.
Toen voelde hij heel even de greep om zijn zwaard verslappen. De grijnzende man greep zijn kans: hij sloeg zijn zwaard weg, schopte de zwaardmeester in zijn maag en hield vervolgens zijn eigen zwaard tegen de keel van de verliezer.
"Ook de besten van ons kunnen neergaan."'
Jarenlang leefde de jonge zwaardmeester in onzekerheid. Hij durfde amper een zwaard aan te raken. Familie, vrienden, zelfs de koning van zijn land probeerden moed in hem te spreken, maar tevergeefs. De zwaardmeester was gebroken.
Vandaag ontvangt de zwaardmeester het zoveelste bericht van de koning. In de verzegelde brief staat het volgende geschreven:
"Jonge zwaardmeester,
Een vuile ridder heeft zich binnen mijn hof gewaagd en alle koninklijke ridders ten schande gemaakt. Hij wil de hand van mijn dochter. Ik heb hem beloofd die te geven wanneer hij al mijn ridders verslagen zou hebben en dat is hem gelukt. Ik kan niet anders dan mijn dochter weggeven aan de afschuwelijke man, tenzij jij mij kunt bijstaan als een mijner ridders. Ik geloof in je en zowel mijn dochter als het gehele koninkrijk rekent op je.
Houdt ons uit de kluwen van deze zwarte ridder!
Op een dag, echter, kwam hij een formidabele tegenstander tegemoet. Een lange man met gitzwart haar daagde hem uit voor een duel. "Zonsondergang, de Oude Toren."
De jonge zwaardmeester ontmoette hem daar. Hij was gespannen, maar hij had vertrouwen in zichzelf. Hij liet zich niet intimideren door die veel te brede grijns en die nonchalante houding.
Het gevecht begon.
De zwaardmeester vloog op hem af, maar zijn aanval werd met gemak geblokkeerd. Nog een uithaal, nu naar zijn zij - de man stapte opzij.
Een schijnbeweging en dan recht op hem af: zijn zwaard werd opnieuw geblokkeerd en de lange man drukte hem tegen de grond met zijn zwaard. De jonge zwaardmeester viel bijna op zijn knieën, zijn armen trilden van de inspanning.
Toen voelde hij heel even de greep om zijn zwaard verslappen. De grijnzende man greep zijn kans: hij sloeg zijn zwaard weg, schopte de zwaardmeester in zijn maag en hield vervolgens zijn eigen zwaard tegen de keel van de verliezer.
"Ook de besten van ons kunnen neergaan."'
Jarenlang leefde de jonge zwaardmeester in onzekerheid. Hij durfde amper een zwaard aan te raken. Familie, vrienden, zelfs de koning van zijn land probeerden moed in hem te spreken, maar tevergeefs. De zwaardmeester was gebroken.
Vandaag ontvangt de zwaardmeester het zoveelste bericht van de koning. In de verzegelde brief staat het volgende geschreven:
"Jonge zwaardmeester,
Een vuile ridder heeft zich binnen mijn hof gewaagd en alle koninklijke ridders ten schande gemaakt. Hij wil de hand van mijn dochter. Ik heb hem beloofd die te geven wanneer hij al mijn ridders verslagen zou hebben en dat is hem gelukt. Ik kan niet anders dan mijn dochter weggeven aan de afschuwelijke man, tenzij jij mij kunt bijstaan als een mijner ridders. Ik geloof in je en zowel mijn dochter als het gehele koninkrijk rekent op je.
Houdt ons uit de kluwen van deze zwarte ridder!
Uw Koning"
De jonge zwaardmeester weet dat hij zijn koninkrijk moet redden, ook al is hij zo bang om te verliezen. Dus hij trekt zijn harnas aan en bindt zijn haren vast. Onder zijn bed ligt een kist en uit deze pakt hij zijn zilveren zwaard.
Onzeker, maar dapper loopt de jonge zwaardmeester naar het kasteel.
Onzeker, maar dapper loopt de jonge zwaardmeester naar het kasteel.
***
Friday, July 27, 2018
Meisje (17) gestorven door 'gebrek aan creativiteit'
DOMSTAD. Het is een tragische dag voor de inwoners van Domstad. Vandaag, 27 juli 2018, is een meisje van zeventien gestorven. De doodsoorzaak was gebrek aan creativiteit.
Niemand had het zien aankomen. Familie en vrienden zijn ontroostbaar. "Ik heb haar altijd gezien als een vrolijke, sterke meid, niks aan het handje. Dat dit heeft kunnen gebeuren," zegt een vriendin van het slachtoffer. "Ik wist dat het ooit zou gebeuren, maar dat het vandaag al zou zijn...Onvoorstelbaar," vertelt haar 'geliefde' stiefmoeder.
Het voorval vond plaats in de vroege ochtend. Het meisje zat op de bank met haar notitieboekje op schoot. Haar ouders vonden het al vreemd dat ze roerloos naar de tv, die uitstond, zat te staren maar ze veronderstelden dat de arme ziel getroffen was door de hitte. Ze hadden zich nooit kunnen voorstellen dat in de werkelijkheid dat zwarte scherm waar ze naar staarde haar ziel leegzoog en op deze wijze de inspiratie en creativiteit uit haar haalde. Niet veel later hoorden ze de tv aangaan en een nieuwe aflevering van Spongebob Squarepants speelde af, terwijl hun dochter ineengezakt op de bank zat.
Ze is niet de eerste die getroffen wordt door het fenomeen, 'gebrek aan creativiteit': duizenden andere tieners in het land zijn op dezelfde manier aan hun eind gekomen.
"We leven in duistere tijden waar de jeugd steeds vaker getroffen wordt door dit soort fenomenen. Gebrek aan ambitie en intelligentie behoren samen met gebrek aan creativiteit in de top 3 Dodelijkste Doodsoorzaken voor Tienerdood," vertelt deskundige Watte Fuuk. "Ja, precies," beaamt de stiefmoeder die erop stond om nogmaals genoemd te worden in dit artikel, "ik begon de verschijnselen al te zien in haar werk en werkhouding. Gelukkig geldt dat niet voor mijn zoon, mijn biologische zoon. Hij is de slimste, meest ambitieuze en creatiefste jongen van de wereld."
De begrafenis van het meisje vindt vanmiddag plaats op haar oude middelbare school, daar waar meerderen die op vergelijkbare manieren gestorven zijn, begraven liggen. De begrafenis wordt gehouden in gesloten kring. "Maar mijn zoon, die ook op deze middelbare school zit, is nog springlevend! Een echte bikkel!" zegt de stiefmoeder, die ook directrice is van de middelbare school én heeft betaald voor dit bericht.
***
Wednesday, July 25, 2018
Herinneringen
Geïnspireerd door het muziekstuk van Nigel Hess, "Reminiscences".
Misschien leuk om naar te luisteren terwijl je dit leest. Het is gewoon te vinden op YouTube.
Was het de enorme kroonluchter? Of de glinstering van haar kledij? Of simpelweg de lach op haar gezicht die haar zo deed stralen?
En waar kwam die hitte vandaan? Was het hier benauwd door al die mensen die zo dicht op elkaar stonden? Of kwam het doordat ik zo lang met haar danste? Of was het simpelweg het vuur dat in mij oplaaide nu ik zo dichtbij haar was?
Ze vroeg me of we weg konden van hier.
Buiten in het maanlicht dansten we verder. Maar deze keer danste ze bij me vandaan en ik volgde haar terwijl ze me dieper door het doolhof leidde. Ik kon telkens slechts een glimp van haar witte jurk opvangen voor ze weer verdween en ik hoorde haar lach van alle kanten komen. Ze fluisterde mijn naam. En ik volgde gedachteloos. Totdat ze voorgoed verdween in de donkere mist. Die zich om mij begon te wikkelen. En me het zicht ontnam.
Ik zocht naar haar maar de mist was te dik. En er was een ander die me ten dans vroeg - de dans tot de dood.
Was het mijn toewijding? Of de gewenning? Of het duistere genot dat ik voelde terwijl ik met mijn zwaard door hun lichamen reet?
Waarom hoorde ik hun kreten niet? Waarom voelde ik niks van hun pijn? Waarom ging ik door tot er niets meer over was?
Waarom luisterde ik niet? Zelfs niet naar haar?
Ze waren me aan het testen. Ze wilden zien of hun koning zich aan zijn woord zou houden. Dat deed hij en toch zag hij verschrikking en afschuw in hun ogen. Hun eens zo geliefde koning was een monster geworden en ik moest kiezen: doorgaan als de man die zij zou haten of terugkeren tot mijn oude, zwakke zelf. Maar ik was toen te ver om me te laten stoppen door schuld en schaamte.
Dus ik versloeg mijn vijand, ten koste van mijn koninkrijk, en ik danste alleen over grauwe slagveld, onder de ontploffende maan, richting de zwarte mist. Denkend aan haar.
Misschien leuk om naar te luisteren terwijl je dit leest. Het is gewoon te vinden op YouTube.
***
Was het de enorme kroonluchter? Of de glinstering van haar kledij? Of simpelweg de lach op haar gezicht die haar zo deed stralen?
En waar kwam die hitte vandaan? Was het hier benauwd door al die mensen die zo dicht op elkaar stonden? Of kwam het doordat ik zo lang met haar danste? Of was het simpelweg het vuur dat in mij oplaaide nu ik zo dichtbij haar was?
Ze vroeg me of we weg konden van hier.
Buiten in het maanlicht dansten we verder. Maar deze keer danste ze bij me vandaan en ik volgde haar terwijl ze me dieper door het doolhof leidde. Ik kon telkens slechts een glimp van haar witte jurk opvangen voor ze weer verdween en ik hoorde haar lach van alle kanten komen. Ze fluisterde mijn naam. En ik volgde gedachteloos. Totdat ze voorgoed verdween in de donkere mist. Die zich om mij begon te wikkelen. En me het zicht ontnam.
Ik zocht naar haar maar de mist was te dik. En er was een ander die me ten dans vroeg - de dans tot de dood.
Was het mijn toewijding? Of de gewenning? Of het duistere genot dat ik voelde terwijl ik met mijn zwaard door hun lichamen reet?
Waarom hoorde ik hun kreten niet? Waarom voelde ik niks van hun pijn? Waarom ging ik door tot er niets meer over was?
Waarom luisterde ik niet? Zelfs niet naar haar?
Ze waren me aan het testen. Ze wilden zien of hun koning zich aan zijn woord zou houden. Dat deed hij en toch zag hij verschrikking en afschuw in hun ogen. Hun eens zo geliefde koning was een monster geworden en ik moest kiezen: doorgaan als de man die zij zou haten of terugkeren tot mijn oude, zwakke zelf. Maar ik was toen te ver om me te laten stoppen door schuld en schaamte.
Dus ik versloeg mijn vijand, ten koste van mijn koninkrijk, en ik danste alleen over grauwe slagveld, onder de ontploffende maan, richting de zwarte mist. Denkend aan haar.
***
Friday, March 24, 2017
The Stitcher of Souls - Chapter 9
Chapter 9: To Face a World of Madness
I didn’t know what to say.
Part of me didn’t want
think of it – going with her? It’d be suicide – in fact, it almost made me cry
harder.
But the other part of me
was desperate. She was offering me safety, and I needed safety. I was sick and tired of being scared and feeling
like an idiot. If she could offer me clarity, then I’d rip it out of her hands.
And, yes, there was
rationality – stay calm and think it through, do what’s wish – bla. Bla. Bla.
Maybe I’m too weak, but I
just couldn’t.
So, to make an end to all
this whining, to just do something, I nodded violently.
She gave me a quick smile
and before I knew it, I was walking through the alleyways, hooded.
I didn’t do anything
useful (not that I had done anything of the kind before).
I wasn’t on the look-out
for villains.
I didn’t take in my new
surroundings.
I didn’t bother to listen
to the people around me, to Lullaby who occasionally talked to me.
“The Chakra Dance is quite
an overwhelming experience,” she said quietly – I could barely hear her, not
that I was listening anyway.
“Actually you’re supposed
to be ‘emptied’, but you woke up too soon,” she added something else to it, but
it was too unclear to hear.
Woke up too soon?
‘Emptied’? What the hell are you talking about? What is the fucking Chakra
Dance? Where are we going? What are we going to do?
Why are you so freakin’
cryptic?
I clenched my fists,
internally screaming, wanting to hit something, someone, my stupid self! so
badly, but instead I was walking faster.
Too fast, because Lullaby
pulled me back. “Calm down, Quinn.
“Look,” she pointed at the
big plaza in front of us.
The plaza was filled with
people and as expected – the people stood in rows. I remembered that in the
afternoon – I think it was the afternoon – I had seen people with the same
colored clothing would walk in one row. There were three of them, clearly
separated from each other.
Right now I couldn’t see
if it was the same – everybody was so tall (no, I wasn’t going to say I was
small) (Yay, I’m not as angry as before) that I could barely see the plaza.
I could only see their
heads, which were more like black dots anyway.
Lullaby took me by the arm
and led me through the crowd.
Though I wasn’t as angry at
her as before, I still didn’t like the idea of going with her – why did I say
yes, damn it. I would really love to put the blame on her—but rationality: I
said yes, therefore it was my fault. Damn my honesty.
“We must be quick – they
cannot find us in our shelled state. Or they will wake up too and turn against
us.”
Shelled what? Turn against
us? What—
“Merge with the crowd,”
she whispered and suddenly she was gone.
Yo, yo, yo – wow, hey! Ya
abandonin’ me?
Helloooo!
Yeesh – is that a thing
for the people here?
First that grumpy guy on
his horse, then that dwarf with his talking bird…Hold up a second.
What did that dwarf
actually do to me?
The crowded plaza, the
alleyways, the red carpet….The heart-formed entrance…Hearts. Heaaaarts.
H-E-A-R-T-S. Heeeearts. Heartsssss. Hhhhearts.
Hearts.
It’s on the tip of my
tongue…
Ka-DUNK!
Whatever was going on here
was about to begin and I still hadn’t merged with the crowd.
No, on the contrary – I
was standing between the rows, not in one
of them, because stupid, stupid, o so stupid Quinn was too busy saying ‘hearts’
in her head in weird ways.
Way to go, Quinn, way to
go.
Ka-DUNKDUNKDUNK!
I get it, I get it! Yeesh
– I did panic, though.
I squeezed myself through
the rows – didn’t work, ended up between new rows – great, just great!
Squeezed myself through
the next row – failed, again.
And Ha ha! I squeezed
myself in a row!
…The front row.
So much for not standing
out, huh.
Oh, and look at that: I
was one, two, three – KADUNKDUNKDUNK!
LET ME COUNT, JESUS!
I clenched my fists. I
breathed in and out.
Seven. Six. Or maybe
seven. That was the amount of people I was away from the fountain…
Huh – it really was the
Big Cocoon fountain (was that its name? I couldn’t remember).
I grimaced. Hmmm…This
probably isn’t good.
I took a look at the crowd
– circles? No, spirals?
One big spiral.
I looked back at the
fountain, thinking about how I was seven people away from it.
O, this really wasn’t
good.
KADUNKDUNKDUNK!
And THOSE DRUMS weren’t
helping making this any better.
I breathed in and out
again. Can’t change what’s done.
Besides, in a way I was
merged with the crowd; I had the cloak and a sad, depressing look on my face –
not because I wanted to cry again. Or because I was afraid.
Me? Afraid? Never.
Calm down, Quinn,
caaaalmth.
Caaa- KADUNKDUNKDUNK!
How can I stay calm when
these drums annoy the crap out of me?!
And as if they had heard my complaint, they became even louder, making my ears explode and my heart burst out of my chest.
And as if they had heard my complaint, they became even louder, making my ears explode and my heart burst out of my chest.
My seemed to bounce
through my head and kept seeing the same things over and over.
Me dying, me being naked,
abandoned, the frightening madness of it all.
Questions – so many
questions.
What do I do? How do I
survive? How do I get home? Can I get home?
The fear again – it nagged
at me, no, bit me, went through me like that cold knife and I died I died I
died—
Quiet.
It was so quiet that I
didn’t dare to freak out, to think.
I became quiet just like
everyone else here.
I became fixated on the
seven people before the fountain that had appeared out of nowhere.
The Chakra Dance was about
to begin.'
The Chakra Dance... I wonder what that'll look like...
Find out yourself in chapter 10!
See you on the next page! <3
[PIC ORIGIN: walldevil.com]
Wednesday, March 1, 2017
The Stitcher of Souls - Chapter 8
Chapter 8: La La La
“You should finish your
tea.”
I nodded and put the cup
against my lips.
I almost groaned. Man, that’s
really delicious. Warm, creamy—wooowww.
“Oh my god,” I whispered
and I gulped down the rest of it.
I burped a little. Aandd
she had been watching me. Great.
I put up my goofy smile.
“Hehe…I really liked the tea.”
“Yes,” she giggled a
little. “I’m glad you like it.”
She took the cup from me
and stood there a bit awkwardly. She moved her mouth, opened it like she wanted
to tell me something. Where was the girl who was talking all wise and stuff –
gee, she could become an actress like that.
She’d be a very convincing
actress. Really convincing. Wow – so convincing.
I mean, she suddenly
turned into a shy girl before me: struggling to find words to say, wiggling her
toes, toying with her hands. And did I just turn into the confident hostess who
had probably saved some girl of the streets, asking her uncomfortable
questions?
This all in just seconds –
without me knowing that it had happened, until now, which made me realize…I’m
acting like an ass by not saying something myself.
What were you actually
supposed to say in these awkward moments of silence? I mean…I could just
bombard her with a trillion questions about this world and how to get out of
here – but that would seem rude and probably get me killed (It may not be wise
to have faith in my movie-knowledge, but that’s why I’m doing the exact
opposite of what people do in movies. At least, that is what I’m doing, right? Why have I brought myself in a movie-like
position? I’m definitely a goner now—Okay let’s get this over with, Quinn)
I looked at her again and
I just had this feeling – my instinct was going crazy about repaying her
kindness. She’s not bad, she’s not bad –
you can trust her! it screamed, treat her with kindness.
Most of the times my
instinct is just one big idiot, but I felt like listening to it this time.
I mean, she might be an
asshole like that damned dwarf or that guy on the horse, but at least this
asshole made me feel safe. And now suddenly this feels like a very wrong idea –
isn’t there like “quit- button” that I can push, so that I can get to this
later? Can I at least get some hint-coins (Professor Layton, save me)?
But either way – though my
reasoning sounded like that of the biggest idiot in the world – I just can’t foresee
everything…I really can’t, Quinn, accept that.
I can’t be prepared for
everything.
So…I might as well try
to…make a friend, I guess?
“So…,” I started. “Uhm,” I
continued.
“Would you…Would you like
to sit next to me?” I finished, while I screamed in my head: WHAT THE HELL AM I SAYING?!
But she lit up and smiled
that warm smile of hers again.
“Yes,” she said. “I’d
really like that.”
She quickly put the cups
in her hands down somewhere and came to sit next to me on her bed.
“So…,” I began again,
“Lullaby, was it?”
She nodded and turned her
head a bit to look me straight in the eyes. Really, she liked to look people
straight in the eye. Pinning them down. Not at all unnerving them.
I sighed, quietly. Well,
apparently not that quietly, because her eyebrows shot up and she tilted her
head. “What’s bothering you?”
“No, no, no!” I shook my
head violently, “it’s just…eh…” you’re just way too pretty and you have this
way of looking into my eyes with this unnerving thing to it. It’s a good thing,
though, because you’re not creepy at all, just way too pretty – wait, I already
said that. Oh god, I’m really messing this up, hehe, uhm—
But I just said: “You’re
just…really pretty.”
Her cheeks turned red – no
seriously, though, there were actual red dots on her cheeks.
She laughed, you know,
like you do when you feel embarrassed and all.
I laughed a bit, too. And
I was sure I was as red as a tomato.
“I will never be as pretty
as you, though.”
Now it was my turn to
raise my eyebrows and tilt my head. “Whaa— Gee,” I laughed nervously, “thanks,
haha.”
I laughed a bit harder.
Just wow—was she serious? I can’t take this—I looked at her face, which looked
confused: O my god, she is being
serious!
“What?” she grinned and
laughed, “It’s true!
“You are the kind of
beautiful that is so rare in this world! So very beautiful, Quinn – there is no
one in this world that could become ever something like that.” And she meant
every word. I could hear it, feel it even.
It was hilarious how much
she meant it.
And her eyes…Those golden
pools were shining with honesty (it even made me feel going all poetic)
I grew silent.
“Quinn,” she said in all
seriousness – she even grabbed my hand, as if that what she was about to say
must be forever printed on my eardrums so that I’d hear it over and over
again…come to think of it, that sounds just ridiculous: why would something
printed, tattooed on my eardrum make me hear it over and over again? She was
probably hoping for the sound waves to shake forever in my ear canals? I can’t
remember the word and…excuse me, what was she actually going to say?
Right, she told me this:
“Never forget how
beautiful you are.”
Yeah, that really got me
even more confused than before. I didn’t know if I should’ve felt happy,
delighted or threatened. Her golden eyes got something scary and maybe it was
because she was so serious and I was too goofy that it surprised me, but I just
felt the feelings of safety and wow – motherly love? She was really something! –
but that was fading away now.
I suppose this was her
next transformation and probably her last – oh, I really didn’t like the sound
of that. She was probably going to turn into some green-eyed monster (no, wait
that’s a metaphor for jealousy, right? Waah, I’m so confused that I can’t keep
my metaphors straight!)
But in all seriousness –
Quinn, drop that comfy attitude and get critical, because this chick ain’t what
she seems. I think. I got no clue, actually.
I started to frown a
little and felt chained by her hand so tightly holding mine. I found it
annoying, really annoying. Those golden eyes grew really dark – stupid to say,
perhaps, but it was true. And I felt intimidated by them, which sounds even
stupider.
I didn’t want to be here
anymore. I just wanted to go home. (Mom, dad – no time for crying Quinn! Stop
it!)
My heart started to beat
faster. Damn it, why wasn’t she doing anything yet? But that was the trick,
wasn’t it? She’s provoking me to do
something and then she’ll do the things she wants to do to me? Was that a devilish
grin on her face? Or am I imagining—QUINN STOP ACTING LIKE THOSE IDIOTS FROM
THE MOVIES!
Damn it! Why is everyone
here so mad? Why can’t there be just one person that is just damn straight
about everything?
Why is everybody
misleading and making me feel scared?
Why am I even thinking
about all of this? I got no time to be whining!
But even more of those
nasty, annoying thoughts kept entering my head – a river flowing way too fast
(o now I can come up with a fitting metaphor!), crushing the dams that were my
rational, calm being (O she keeps going – it’s all flowing out now, huh).
It all stopped as soon as I
heard a knock on the door and a gruff voice saying: “Oi! Singer! You gon’
attend the Chakra Dance or no?
“Prince’s sayin’ you can’t
say no, but you gotta stop messin’ with ah…you know who! Why am I even botherin’
tellin’ ya all this – just get yo ass over to Guna Plaza!”
He thumped away and as
soon as his footsteps faded away, Lullaby got up and went to chest against the
wall, pulling out clothes and bags. She went through a door to another room,
went out and went in another – in the meantime, I did nothing, too scared to
say anything.
Her eyes were so dark. So
freaking dark. She looked ready to kill someone, just by staring them down with
those eyes.
It felt as if her
transformation was now definite – you could actually see it.
Her hair a raging, aggressive
sea, now more violent than ever.
Her skin whiter than
before, as if she pulled all her muscles tight.
Her lips tightly pressed
together.
It made me want to cower
in fear – no! Why would it? Don’t deny the thought, Quinn – negative thoughts
are just thoughts. I’ve got to stay calm and find a way out.
But what the fucking hell
was up with this girl? What did she want? What was she going to do?
What was she going to do
with me?
And what was I going to
do?
You’re going to get up.
You’re going to get yourself through that door and run.
Don’t get involved in a
mad one’s problems.
She was so busy with what
she was doing that I could carefully get up and quietly get to the other side
of the room. My eyes were constantly looking out for her – if she noticed me, I’d
be doomed.
But I reached the door. I
could see the doorknob nearing, my hands around it, turning it—
“That would be unwise,
Quinn.”
A shock went through my
body. I stood there, hand on the door knob, ready to run, paralyzed.
She noticed me. I was
doomed.
Well, at least I knew what
was going to happen next. It was obvious – so obvious, in fact, that it could
not not be true.
I was going to die a
second time.
“You will if you go
through that door now.”
My hand around the knob
grew tighter, but I didn’t turn it. And man – how I wanted to run away from
this mind-reading freak. I just wanted to be away, far away from freaks like
her. Please don’t comment on that.
Please don’t hurt me.
“Quinn, look at me.”
I started to shake and
shiver – my hand on the doorknob grew tighter and tighter, I half-turned it, my
other hand turned into a fist, my vision blurred – I started to cry. Again.
And I fell to my knees.
There she embraced me again, her head resting on my back, shushing my baby-like
crying.
“Quinn,” she said it as if
she sang it to me, a lullaby to put me to sleep. “Quinn,” she whispered, but I
could hear her everywhere, soothing the pain, the frustration, everything
inside of me, “never forget that you’re beautiful.”
I was still crying and she
slowly rocked me back and forth. “But this world will feel intimidated by that
beauty. They will try to abuse it.
“This world has gone mad,
Quinn. It has been distorted since its birth. Nothing in here is real or
unreal. Nothing true or untrue. One thing can be two things in this world,
Quinn. It can even be nothing at all.”
“Quinn,” she said more
carefully. Her hands cupped my face and her thumbs wiped away my tears.
“Are you going to face
this world with me?”
I stopped crying and
looked straight into her eyes.
She was dead-serious and
she wasn’t asking a question.
Ooh - I smell an adventure! Hopefully that'll clear up a lot of this madness. Why is this world mad and why is Quinn's beauty so special and intimidating? Why isn't Lullaby mad? Does she want to save that world or something? And who is that prince - is that or evildoer?
Hmm... Well, let's find out in the next chapter!
See you on the next page! <3
[PIC ORIGIN: pinterest.com , made by Antonae Palmer]
Wednesday, February 15, 2017
The Stitcher of Souls - Chapter 7
Chapter 7: Purple tea and a panda – a strange Lullaby
I finally got a pair of
clothes. And underwear.
It, uh…It was very
comfortable. Yeah, it was.
I sat on the only bed in
the room, staring at the wall across me.
The wallpaper looked
really pretty. There was a pattern of fleur-de-lis, uh, figures, I suppose. Do
you call them that—I don’t know.
There was a chest put
against it. It was locked by these ticking locks. The thing that you were
supposed to turn – how do you call it? Damn it – were the… hands! Hands of the
clock. Yeah.
Pretty funny, actually –
at least the way that I imagine it, because you could have this code, like…Like
0945 and you’d have to set that time to open it. But if you’d have 2145 you’d
probably have to turn it once…or twenty one times? Because one turn could be
one hour so if you’d want twenty one hours then you’d have to turn it twenty
one times. But wait – does the clock-lock – wow, they rhyme – follow the normal
time and are you supposed to add up the hours to get to the code or do you just
start from zero?
…Wasn’t I supposed to do
something more useful?
I let out a shaky breath
and fell onto the bed.
I put my hand over my
eyes.
I didn’t want to cry – the
thought of it made me want to hit myself. But being angry was only going to
make things worse, too. I was scared, all right. I had to face it. To feel it.
But I couldn’t stay scared – that would be the end of
me.
And I didn’t want to think
about all these things that I already knew.
I groaned and put my hand
from my eyes.
Wow, what were these
golden circles above me? It felt like staring into two suns in the sky blue,
well, sky. Or were they golden pools in the sky blue desert, unmistakenly
beautiful: you had to drink from them, you simply wanted to drown in them.
Those were some fancy ass
metaphors—What the hell is this girl doing to me?
I gasped and grabbed the
blanket on the bed tightly. I quickly teared my eyes from the mesmerizing sight
and sat up straight, the back of my tensed body facing her.
I could hear her let out
her breath.
“I…I made you some tea,”
she said softly.
I heard her pick up what I
thought would be the tray with the cups. I barely noticed that she had walked
up to me, until she handed me a little teacup, a nice flower painted on it. It
took me a few seconds to have my hand take the cup from her. Then I kept it on
my lap and I stared at the suspicious purple color of my tea and the smoke or
clouds that seemed to rise above it, moving in circles, slowly.
I didn’t hear her walk
again or put that tray down somewhere, but suddenly the bed moved lightly –
apparently she had sat herself down on the other side of the bed.
“Think of an animal,” she
suddenly said.
My body tensed. What? I
wanted to say, but I didn’t – what if she’d turn around and come near? What if
she would turn into some devil and toy with my feelings or worse - my body?
(What if I actually pretended to be prostitute?)
“Or an object,” she
continued, “then, look into your teacup.”
My hands around the cup
turned yellow – if I had squeezed them tighter I’m sure it would break. What
was that girl getting at? Was she trying to make me feel comfortable? Why? Or
was she trying to make me feel like a fool?
I, uh, I shouldn’t do what
she says. No. I definitely shouldn’t.
She is not to be trusted,
I told myself. She’s just like that guy on the horse or worse – that evil dwarf
with his talking bird. There was no guarantee that she wasn’t manipulating me,
too.
But what if she wasn’t
that bad…Wouldn’t I regret this?
I squeezed the cup even
tighter – damn it, I just don’t know.
Then I heard a soft
giggle. I resisted the urge to turn around…but I still moved my head a little
in her direction. I caught a glimpse of purple smoke on her white, pale hand.
And…were those wings that I saw? Awhh – it sounded so cuuutttteeee! O, my god –
I could really cry of its cuteness.
I really felt like I had
to see that birdlike creature or maybe it was just a bird – I didn’t care, I
just wanted to see it—Quinn.
As if I hit myself across
my face I turned back towards the wall. I’ve made the mistake to trust the
people here before – I wasn’t going to make the same mistake again…Wow that
sounded really dramatic.
I kept avoiding looking
into the teacup in my hands, but the urge to look into it grew stronger. I
thought I was exaggerating it again, but aarghh – I’m impossible.
I felt jealous of her
laughter that grew louder and louder - she seemed like she had a lot of fun and
I wanted to have fun too.
I felt stupid for feeling
so conflicted, for feeling jealous and for not doing anything useful.
I felt like giving it a
try. If it’d kill me, if she’d use it against me in any way – how was I
supposed to know that now? This girl has taken me here and given me a pair of
clothes and now a funny cup of tea. She didn’t seem unkind and so far she
hasn’t done anything funny, so why would I worry about it – it was only going
to make me go crazy. Enjoy this, Quinn, while you can.
I took a shaky breath and
thought of an animal, like she’d said. I looked into the purple liquid and
suddenly the clouds above it started to move very quickly, as if an invisible
spoon was stirring them. The clouds rose higher above the liquid and it slowly
took a form of something.
A loud yawn escaped from
his light purple head and it took out one of his fluffy, stubby paws to scratch
his face. Before he knew it, he had fallen on his butt, on the surface of the
tea that was left, trying to reach his purple round ears again with those dark
purple paws.
It was a purple freaking
panda that sat on the tea. My tea. Right before me. And I wasn’t dreaming it.
It slowly realized that
there was this gigantic human staring at him in awe and he slowly made his way
to the edge.
Before I thought about it,
I put the palm of my hand against the cup. It was struggling to get his lower
body, his butt and his legs, over the edge. It kept waving with his one paw
while with the other he was pushing himself up. I watched as he slowly got
himself over the edge, clumsily, and he rolled over the palm of my hand, ending
up sitting on his butt again.
I put the cup on my lap
and reached out with my other hand to touch it. My finger was shaking as it
neared him and I held my breath. Then I reached its chubby cheeks, but as soon
as I had touched them, he seemed to disappear into smoke. When I pulled away my
finger, it turned back into a panda.
“You don’t need things to
be real to enjoy them. As long as you believe them beautiful or enjoyable, it’s
enough.”
The girl bent and her head
appeared before me. Smiling, she reached out to the panda, her fingers hovering
above it. The panda reached up to them with his paws, but fell back on his butt
each time.
“Though, I wonder, is that
a good thing?” She put her fingers in its reach and as soon as it had touched
them it dissolved into smoke again. And back into a panda.
She then looked at me,
almost pinning me down with those really pretty gold eyes. “Instead,” she
continued, “shouldn’t we just enjoy things that are real and stop living in our
head?”
I didn’t say anything. I
was…astonished? Taken of guard? Her words were so…I don’t know – just very
true, I suppose.
She then smiled at me and
turned away.
“You should finish your
tea.”
And there was just something about her - something so strange but so calming that made me feel safe. I could trust her.
Yep, Lullaby is quite the weird one. What would she mean by that - you don't need things to be real to enjoy them? And can Quinn really trust her? Isn't she just as bad as all the people she met before her? Find out in the next chapter...
See you on the next page! Bye!
[PIC ORIGIN: http://static-ghost.deviantart.com/art/Raspberry-tea-302114422 ; made by Static-ghost]
Saturday, February 4, 2017
A Writer's Thoughts: The End Must Always Remain Out of Sight
The End
must always remain out of sight,
when writing a story.
One may have ideas about it, but must never force it upon the story.
Because the story may not want such an end. A story, in fact, will always turn out otherwise. It will always be different from what you expect,
from what you see in your head.
You are not able to make everything in you have planned out in your head part of the story.
When you write, you revise the idea, the scene or the dialogue, again and you try something else, for that might be a better beginning or a much better development.
But in here lies also danger.
For if you change too much and too many times, the idea, the scene or the dialogue loses its beauty, its authenticity. Too much force will break the puzzle piece so that it can't fit at all.
And gone is the brilliant idea. Enter has the anger, the frustration, the insecurity.
The unwillingness to write.
And that is what we writers do not desire. We fear that unwillingness.
So much that we force ourselves to write when the unwillingness tries to take over.
We write down meaningless words, hoping that it'll turn into something good.
We write fearfullly.
Sometimes it works and we overcome this unwillingness.
Other times, most times it does not, for it wasn't the right time to write.
We writers need our time to rest; we mustn't be writing all the time.
In the end we're human beings and no human can do anything eternally. We need variation, to be busy with something else from time to time.
We writers can't write forever. It's a fact we must accept.
The end must always remain out of sight.
The story will end on its own.
We writers must enjoy the journey as long as it lasts and accept its fate.
We writers must simply write until we can do no more.
We writers must always try to write again and be prepared for the end to come.
The End of this blog post is in sight.
On the next page we'll meet. Where I start to write again until I can do no more; again and again until the end is there...
I hope you enjoyed today's blog post. :)
Subscribe to:
Posts (Atom)



